ANBI-besluit 2025: Het bestedingscriterium en de ruimte voor een vast bestedingspercentage
Publicatiedatum 03-09-2025 | Laatste update 17-09-2026 |
Op 3 juli 2025 publiceerde het ministerie van Financiën een nieuw beleidsbesluit over algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s). Het bestedingscriterium (de anti-oppoteis) blijft een kernvoorwaarde voor elke ANBI. Het nieuwe besluit biedt voor stamvermogens een praktische rekenregel voor sommige situaties, maar heeft geen verplicht kader. Bovendien kan een andere berekeningsmethode voor bestedingen van rendementen veel beter bij uw instelling passen zonder dat sprake is van ongeoorloofd oppotten.
Hieronder zet de redactie een en ander puntsgewijs uiteen.
1. Het bestedingscriterium (de anti-oppoteis) in hoofdlijnen
Met het nieuwe ANBI-besluit van 26 juni 2025 (gepubliceerd op 3 juli 2025) is opnieuw de nadruk gelegd op het bestedingscriterium (de anti-oppoteis). Dit criterium schrijft, in algemene zin, voor dat een ANBI niet meer vermogen mag aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor het verwezenlijken van het doel. Het gaat erom dat het vermogen niet wordt opgepot, maar dat de middelen binnen een passende termijn worden ingezet voor het algemeen nut.
Om dit concreet te maken, is in het besluit de mogelijkheid van stamvermogen en de vorming van twee soorten reserves benoemd:
- Stamvermogen: alleen toegestaan als een schenker of erflater expliciet bepaalt dat dit vermogen in stand moet blijven.
- Continuïteitsreserve: maximaal circa 1,5 keer de jaarlijkse kosten van de eigen werkorganisatie (gemiddeld over 3 jaar).
- Bestemmingsreserves: alleen toegestaan als ze zijn gekoppeld aan concrete projecten die binnen een redelijk tijdsbestek worden uitgevoerd.
Voor het stamvermogen geldt wel het uitgangspunt dat het rendement - zowel gerealiseerd als ongerealiseerd - moet worden besteed aan het ANBI-doel.
2. Vast bestedingspercentage op stamvermogen als praktische richtlijn (onderdeel 6.2.3)
Een belangrijk nieuwtje in het besluit van 2025 is te vinden in onderdeel 6.2.3 als het gaat om stamvermogen:
Het uitgangspunt is dat rendementen moeten worden besteed. Toch geeft het besluit de ruimte waar in de praktijk soms behoefte aan is en wordt een vast bestedingspercentage als handvat geïntroduceerd. Sommige instellingen hebben namelijk behoefte aan vaste bestedingen (bijvoorbeeld vaste steun aan andere ANBI’s of aan projecten). Deze norm bepaalt dat ANBI’s een vast bestedingspercentage kunnen hanteren op basis van een berekening die uitgaat van:
- het gemiddelde rendement over 5 jaar terug
- en een prognose voor 2 jaar vooruit
Dit percentage mag 10 jaar worden gehanteerd, tenzij de jaarlijks verplichte herbeoordeling voor >30% daarvan gaat afwijken.
Deze standaardmethode wordt ook wel een “safe harbour” genoemd. Het idee is dat ANBI’s hiermee een praktische richtlijn krijgen om hun bestedingsverplichting op een consistente manier te berekenen.
3. Safe harbour: geen keurslijf
Belangrijk om te benadrukken is dat onderdeel 6.2.3 geen dwingende beleidsregel oplegt. De regeling is bedoeld als hulpmiddel, niet als keurslijf.
Het besluit biedt een aanbevolen vertrekpunt, maar laat ruimte voor alternatieve berekeningswijzen, op voorwaarde dat deze zorgvuldig worden gemotiveerd en op transparante wijze worden verantwoord. Het is aan te bevelen dit vooraf af te stemmen met het ANBI-team.
Het is vervolgens aan de Belastinginspecteur om te beoordelen of een afwijkende methode acceptabel is.
Met andere woorden: een ANBI mag kiezen voor een eigen systematiek, bijvoorbeeld een stabieler bestedingspercentage dat rekening houdt een langere gemiddelde periode, zolang dit goed is gedocumenteerd en verdedigbaar.
4. Wat betekent dit voor ANBI’s?
Voor ANBI’s betekent dit nieuwe kader dat er meer aandacht moet zijn voor de onderbouwing van het bestedingsbeleid. Enkele praktische aandachtspunten:
- Beoordeel of uw instelling überhaupt behoefte heeft aan meer vaste bestedingen in plaats van het besteden van het werkelijk jaarlijks behaalde rendement.
- Beoordeel of de 6.2.3-methode past bij de financiële strategie en doelstellingen van de instelling.
- Overweeg alternatieven: is een vast percentage op basis van andere grondslagen passender bij uw instelling?
- Overweeg of zekerheid vooraf via vooroverleg met het ANBI-team nodig is.
- Leg keuzes goed vast in beleids- en jaarplannen en zorg voor transparante rapportage richting de Belastingdienst.
- Documenteer de motivatie: waarom is de gekozen methode passend en in het belang van de duurzame besteding van middelen?