Beloning leden beleidsbepalend orgaan
Publicatiedatum 29-11-2023 | Laatste update 17-09-2026 |
In de ANBI-regeling is een bepaling opgenomen over de beloning voor de leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt. Deze leden mogen voor beleidsbepalende werkzaamheden die ze voor de instelling verrichten geen andere beloning ontvangen dan niet-bovenmatig vacatiegeld en/of een kostenvergoeding. In dit artikel leest u hier meer over.
Onder beleidsbepalend orgaan wordt verstaan: een natuurlijk persoon of orgaan van de instelling die eindverantwoordelijk is voor het beleid, zonder feitelijk ondergeschikt te zijn aan een ander persoon of orgaan van die instelling. In een Raad-van-Toezichts-model zijn dit vaak de leden van de raad van toezicht.
Niet-bovenmatig vacatiegeld en/of kostenvergoeding
Vacatiegeld is een vergoeding die aan een lid van het beleidsbepalend orgaan is toegekend voor het bijwonen en voorbereiden van een vergadering van het beleidsbepalend orgaan van de instelling. In het Giftenbesluit is opgenomen wanneer sprake is van niet-bovenmatig vacatiegeld. Dat is als de beloning per lid, per vergadering € 331 (vanaf januari 2024) of minder bedraagt. Dit bedrag is 3% van het maximum van salarisschaal 18 voor burgerlijke rijksambtenaren. De beloning van de voorzitter ten opzichte van de overige leden van het orgaan is maximaal 130% (€ 430,30 vanaf januari 2024).
Kostenvergoeding is een vergoeding voor kosten die leden van het orgaan redelijkerwijs moeten maken vanwege het vervullen van de functie bij de instelling.
Je moet de beloningen voor leden van het beleidsbepalende orgaan van de ANBI in de jaarrekening zichtbaar maken en nader toelichten. Het beloningsbeleid valt ook onder de publicatieplicht voor ANBI’s en zal je dus ook op de internetsite van de ANBI moeten publiceren.
Hoger vacatiegeld mogelijk?
Een hoger vacatiegeld is in uitzonderingsgevallen mogelijk en is dus niet per definitie bovenmatig. De beoordeling of er sprake is van een bovenmatige vacatievergoeding of niet is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval: het gaat om maatwerk. Bij de beantwoording van de vraag of een hogere vacatievergoeding bovenmatig is, spelen onder andere een rol de aard en omvang van de instelling en de maatschappelijke positie van het lid van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt.
Een (vaste) vergoeding die niet afhankelijk is van het bijwonen van vergaderingen en de daarbij behorende voorbereiding, kan je in beginsel niet als vacatiegeld aanmerken. Desondanks wordt aangenomen dat aan de voorwaarde is voldaan als zo’n vaste vergoeding is gebaseerd op een veronderstelde vacatie en niet bovenmatig is. Van een veronderstelde vacatie is sprake als de vergoeding geacht kan worden te staan tegenover de uren die besteed moeten worden voor het voorbereiden en bijwonen van vergaderingen en bijeenkomsten.
Scheidslijn beloning voor bestuurlijke en niet-bestuurlijke werkzaamheden
In de praktijk zijn situaties denkbaar waarbij een lid van het beleidsbepalend orgaan van een instelling naast de beleidsbepalende functie ook een uitvoerende functie bij die instelling vervult. Voor die werkzaamheden kan er een beloning door de instelling plaatsvinden. Deze beloning zal wel zakelijk (marktconform) moeten worden vastgesteld en dit moet goed geadministreerd worden. De zakelijkheid van die beloning moet uiteraard aansluiten bij de aard van de verrichte werkzaamheden.
Er moet hierbij niet een te beperkt begrip van de term bestuurswerkzaamheden (beleidsbepalende werkzaamheden) worden gehanteerd. Het gaat bij dat soort werkzaamheden niet alleen om de uiteindelijke beslissing maar ook de voorbereiding en de vraag naar informatie om tot een dergelijke beslissing te komen, valt onder het begrip bestuurswerkzaamheden.